11 mei - naar Ruffec, 220 km gereden.

Vandaag een verplaatsing naar Ruffec, een totaal onbelangrijk stadje maar toch groter dan ik had verwacht. In totaal weer meer dan 20 km gewandeld en daarbij 15 caches gevonden. Het heeft weer flink geregend maar gelukkig kon ik tijdens de felste onweersbui schuilen in een winkelcentrum. De camping waar ik één nacht verblijf is heel simpel maar kost ook slechts de helft van de vorige camping, niks te klagen dus.


10 mei - weinig gevonden.

Weinig te melden over mijn (voorlopig ?) twee laatste dagen aan de kust. Ik heb zo een beetje alles zien passeren : hevige wind, regen, lichtgrijze bewolking, donkergrijze bewolking en ik denk alles bij elkaar opgeteld ook wel drie minuten zon. Tussen de buien door heb ik nog een aantal caches gezocht.

Gisteren lukte dat nog een beetje maar vandaag was weer zo’n dag waar alles tegenzat. Gevolg : 20 km gefietst en 1 (één !) cache gevonden. Oorzaak : wegenwerken, mensen die op het foute bankje bleven zitten, bruiloft of begrafenis aan een kerk waar ik moest zijn enz. Dat kon maar op één manier goedgemaakt worden : een pizza ! ! ! Ook niet zo simpel, de meeste restaurants hier pakken uit met oesters en andere schelp- en schaalbeesten – niet meteen mijn favoriete voedsel. Als er dan al ergens een pizza op de kaart stond, kostte die wel 15-20 euro en dat vind ik overdreven. Intussen was het al na 14u geworden en dan wordt het nog moeilijker om ergens bediend te worden.

Uiteindelijk zag ik naast de weg een krakkemikkige barak staan met enkele tafeltjes én buiten een bord waarop pizza’s aangeprezen werden. Helaas, alles te krijgen maar geen pizza. En gelukkig maar want iets verder ontdekte ik pizzeria Le Borsalino, daar kon het nog wel maar enkel als ik op het terras wou eten. Eigenlijk zat hun dienst erop maar ze wilden nog wel snel een pizza in de oven steken en als ik dan meteen betaalde, konden zij binnen beginnen poetsen en naar huis. Ook een manier om een restaurant uit te baten ...

 


9 mei - volgende week is het weer zover !

Waar is de tijd : met z’n allen bij het televisietoestel, model aquarium, om samen naar het songfestival te kijken. Wie weet er nog wie vorig jaar gewonnen heeft ? Of drie jaar geleden ? Tien jaar geleden dan ? Kent er iemand nog überhaupt een winnaar van de laatste jaren ? Okee, ongeveer niemand dus. Maar wie kent Abba nog, of Johnny Logan, Vicky Leandros of Céline Dion ? Bijna iedereen.

Het gaat al lang niet meer om het liedje maar om wie het beste omgebouwd is, het indrukwekkendste vuurwerk heeft of de mooiste puppy-oogjes.

Omdat het gisteren de hele dag regende heb ik mezelf onderworpen aan een uitgebreide martelsessie. Ik heb ALLE ingeschreven liedjes ongeveer 15 seconden beluisterd, bij sommige was zelfs dat al een hele opgave. De “beste” daarvan (toch 15 van de 41) heb ik vervolgens nog een tweede kans gegeven en helemaal uitgezeten. Wat een hoop rommel zit er weer bij dit jaar ! En toch heb ik geprobeerd een lijstje met favorieten samen te stellen. Dingen die IK punten zou geven, niet de liedjes die waarschijnlijk punten zullen krijgen. Zet dus geen geld in op mijn keuzes ! ! !

Ik wist op voorhand niet van welk land de non-talenten waren en heb alleen geluisterd, zonder enige voorkennis. Ik ben dus niet beïnvloed door de diepste decolleté of de langste baard. Uiteindelijk heb ik een top-5 overgehouden en dan pas ben ik gaan kijken voor welk land ze deelnemen. Eerlijker kan niet maar als ik er genoeg geld voor krijg wil ik mijn mening zonder problemen herzien. En laat het duidelijk zijn : ik zou van geen enkele deelne(e)m(st)er ooit een cd kopen.

Diez aar ze points of ze Antwerp/Benidorm zjoerie :

That Night – Carousel (Letland) 6 points

S!ster – S!sters (Duitsland) 7 points

Arcade – Duncan Laurence (Nederland) 8 points

Love is forever – Leonora (Denemarken) 10 points

and my12 points go to – tadaaaaa : Fire of love (Palie sie) – Tulia (Polen)

 


8 mei - de hele dag.

Tot nu toe heb ik tijdens mijn negen dagen onderweg slechts twee volledige dagen zonder regen gehad. Gelukkig viel de meeste regen ‘s nachts of was het een fikse bui en scheen een uur later de zon alweer. Vandaag echter is het de hele dag door blijven miezeren, druppelen, gieten in alle mogelijke variaties. Enkele keren heb ik gedacht om een kleine wandeling te maken om dan vijf minuten later blij te zijn dat ik het niet gedaan heb.

Gelukkig dat er eindelijk gratis en goed internet beschikbaar is, op die manier overleef ik het wel ! Via dat internet kreeg ik een bericht van het geocaching hoofdkwartier waarin ze mij meldden dat ik 85 caches heb verstopt, waarvan er nu nog 55 actief zijn. In totaal hebben mijn caches 180 favoriete punten gekregen en zijn al mijn caches samen 6995 keer gevonden.

Het “Bassin d’Archachon” ligt zo’n 50 kilometer ten zuidwesten van Bordeaux. De meeste toeristen komen natuurlijk voor het strand en de zee, maar ook liefhebbers van de Belle Époque bouwstijl komen hier aan hun trekken. De kustlijn ten noorden en zuiden van het Bassin wordt gevormd door duinen, zeer brede stranden met veel mogelijkheden voor watersport. Het gebied is doorkruist met talloze fietspaden en bewegwijzerde routes zodat je er fantastisch kunt fietsen. Rond het bassin liggen talloze leuke plaatsen waarvan Arcachon de grootste is maar ook leuke vissersplaatsjes zoals bijvoorbeeld Gujan-Mestras, waar ik dus verblijf.


7 mei - Bassin d'Arcachon : 240 km.

Verdomme, wat was het koud deze ochtend : vier graden in de Terminuzzz en geen verwarming ! De auto dan maar snel gestart en doorgereden met de verwarming van het rijgedeelte op hoogste stand. Mijn doel voor vandaag Gujan-Mestras aan de Bassin d’Arcachon.

Ik had eens op de kaart gekeken en ik vermoedde dat een aantal caches net iets te ver verwijderd waren van de camping. Ik besloot om dan eerst ergens langs de kust te parkeren en alvast daar een reeks te loggen. Slechtste idee van de dag ! Ze waren overal aan het werken en toen ik uiteindelijk ter plekke was, waren alle parkings afgesloten met een hoogtebareel. Nu kan je mij wel bij de lagere soort rekenen qua intelligentie én hoogte van mijn busje maar 2,10 m, neen – daar pas ik niet onder. Een vergeefse verplaatsing dus en dan toch maar verder naar gemeentecamping La Verdaille.

Het was intussen al 12u en iedereen met een beetje ervaring weet dat de recepties van de meeste campings dan onherroepelijk sluiten. Soms rekken ze het nog tot 12u30 en daar hoopte ik op. Helaas, wegenwerken en de straat naar de camping was afgesloten. Pas na ettelijke pogingen om ergens een alternatief te vinden, lukte het en ja : deze receptie was inderdaad tot 12u30 open. Spijtig dat het intussen 12u40 geworden was 😥. Wachten tot 14u30, er zat niks anders op. Om de tijd te doden ben ik dan al een wandeling gaan maken. De camping in Gujan-Mestras is heel verzorgd maar niet goedkoop en ligt vlak bij een soort moeras waar veel vogels leven. Via wandelpaadjes kan je naar uitkijkhutjes wandelen. Iets verderop aan een haventje logde ik alvast een cache.

Na het aanmelden bij de receptie (zeer vriendelijk) haalde ik de Rode Raket uit de koffer, legde er terreinbanden op en vertrok voor een tochtje door het bos langs de “Canal des Landes” dat er eerder uitziet als een riviertje. Eerste cache niet gevonden, tweede cache niet gevonden, derde cache niet gevonden en dan ook nog telkens een aantal kwetterende dames die me in de gaten hielden. Ik ben dan in één keer doorgereden tot de laatste (tiende) cache van deze reeks en joepie : prijs ! Meteen had ik door dat dit niet zomaar een reeks was met een potje achter een boom verstopt. Hier was tijd en creativiteit in gestoken. Al snel heb je dan door wat je kan verwachten en weet je ook beter op welke manier je moet zoeken.

Uiteindelijk werden er zeven van deze reeks gevonden. Bij eentje moest ik wel hard met mezelf lachen. Soms probeer ik de uitleg wel eens zonder bril te lezen maar dat zou ik beter niet doen. Ik had gelezen : “hanging on the bank” en had de hele zitbank al gedemonteerd zonder iets te vinden. Misschien de Franse tip een keer lezen want soms laten de vertalingen te wensen over. En wat stond er in het Frans : “accroché à l’écorce” – euh ? En dan met bril ook nog eens gekeken om tot de vaststelling te komen dat er in het Engels niet over bank maar over bark gesproken werd. Dus niet bank maar schors, een heel verschil ! Door deze mooie reeks werd deze dag toch nog een succes en dan ben ik nog vergeten te vermelden dat de fietstocht werd afgelegd in t-shirt !


6 mei - naar Anglet : 20 km.

Een korte verplaatsing vandaag, iets meer naar het noorden tot in Anglet. Een ruime camperplaats met zo’n 15 campers aanwezig. Ook hier draait alles rond de zee en caches zoeken. Én de zon natuurlijk want die was vandaag uitbundig aanwezig ook al bleef het frisjes. Onmiddellijk na aankomst ben ik vertrokken, eerst langs de kust maar daar waren nogal veel caches verdwenen.

Op de terugweg door het bos had ik meer geluk en in totaal werden vandaag 27 caches gelogd. Het hadden er misschien meer kunnen zijn maar het was moeilijk om een logische route uit te stippelen. Als ik mijn doel van 300 caches wil halen deze maand zal ik toch van strategie moeten veranderen. De tochten wat minder lang maken zodat er meer tijd over blijft om te zoeken ? Het aantal gevonden caches ligt te laag in verhouding met het aantal afgelegde kilometers. Op het einde van de wandeling zag ik reclame voor McDonalds, die bleek achter de “patinoire” te liggen, op enkele honderden meters van de camperplaats. Dat had ik nodig ! Vanaf morgen zal alles wel vlotter gaan 😀.

Anglet (Baskisch: Angelu) is een bekende Baskische badplaats. De 11 zandstranden over 4,5 kilometer, 230 hectares bosgebied, de surfspots, de fietspaden of de lange promenade langs de kust maakt het een topbestemming voor een vakantie aan de Atlantische kust.


5 mei - zoeken.

Vandaag en gisteren werden helemaal overheerst door het geocachen. Regen heb ik alleen nog gisterenavond gehad, vandaag was het zelfs de hele dag zonnig. Warm is het echter niet, een sweater of jas heb je absoluut nodig.

Intussen kan ik nu wel af en toe de deur van mijn busje open laten staan en mijn theorie blijkt niet te kloppen. Ook met de deur open is het afwachten wanneer je iets kan aanvangen met de wifi-verbinding. Elk stukje dat ik op de blog wil zetten, kost mij minstens een uur en na 10 keer proberen geeft zelfs de meest geduldige mens het op. Ik dus na drie pogingen !

Cachen dan maar, gisteren alles te voet maar vandaag in combinatie met een busrit. Voor één euro verslijt ik mijn schoenen niet … Ik liet mij naar de andere kant van de baai rijden en vanaf het haventje en het fort van Socoa volgde ik eerst een tijdje de kust om daarna iets meer landinwaarts verder te zoeken. Vandaag werden er in totaal 14 gevonden, 36 in totaal hier in deze badplaats. Omdat het aanbod zo groot is blijf ik niet te lang hangen bij een cache die ik niet onmiddellijk vind. Slechts bij eentje ben ik ruim een half uur blijven zoeken, een of ander oud verroest werktuig met als tip : magnetisch – begin er maar aan ! Ik had er graag nog enkele meer kunnen loggen maar dan moest ik te lang op de volgende bus wachten. Voor één euro mag je niet verwachten dat ze om de tien minuten langskomen.

 


3 mei - Olite > Saint-Jean-de-Luz : 150 km.

Tok tok tok. Wie klopt er op mijn deur ? Niemand, het zijn de eerste regendruppels op mijn dak. Onderweg wordt het steeds erger en geregeld moeten de ruitenwissers op de hoogste snelheid vegen om een beetje zicht op de weg te behouden. Regen of niet, er moet toch getankt worden. Niet omdat mijn dieseltank leeg is maar omdat het meestal toch goedkoper vullen is in Spanje dan in Frankrijk. De voorbije dagen probeerde de boordcomputer mij gelukkig te maken met een verbruik van rond de 6,5 liter maar alleen een tankbeurt spreekt de waarheid en die waarheid zegt dat ik 8 liter per 100 km verbruikt heb (1 op 12,5 voor de Nederlanders) – toch mooi !

Ongemerkt rij ik Frankrijk binnen, nergens een bord gezien om mij te verwelkomen maar dat zal misschien door de gele hesjes gepikt zijn. Iets later zie ik vanop de oh zo mooie Route de la Corniche de Atlantische Oceaan. Mooi, als de zon schijnt … Ik stop, zoals gepland, aan camping Juantcho – hier zou ik normaal de auto enkele uren parkeren en op zoektocht gaan maar je kan het al raden : plensbuien ! Ik rij dan maar verder tot camping La Ferme Erromardie.

Laat het maar regenen, hier heb tenminste wifi en kan ik alles een beetje bijwerken. Helaas, er is wel wifi maar het signaal of de snelheid laten zwaar te wensen over. Alleen met de deur van mijn busje wagenwijd open wil het lukken maar dat kan dus niet als de regen in combinatie met een wind vanuit zee blijft aanhouden. Rond 15u stopt het met regenen en ik slaag erin de blog een beetje bij te werken. Om 16u trek ik mijn jas en mijn stoute schoenen aan en vertrek voor een wandeling. Een kwartier later moet de jas uit, veel te warm nu de zon moeite doet. Toch is de officiële temperatuur maar 11 graden, dat is dan de helft van wat ik gewend ben.

Ik volg in noordelijke richting de “Sentier du Littoral”, een kustpad dat niet echt te vergelijken is met een duinenwandeling van Blankenberge naar Zeebrugge. Veel trappen en steile hellingen maken er een vermoeiende tocht van 10 km van. Twintig keer van 20 meter naar 40 meer boven zeeniveau is ook 400 meter hoogteverschil :-), toch 12 caches kunnen loggen – hopelijk de volgende dagen veel meer. Dat zal natuurlijk van het weer afhangen, de voorspellingen geven pas vanaf zondag mooi weer. Overigens heb ik, ergens langs de kust, mijn 4000e cache gelogd !

Saint-Jean-de-Luz (Baskisch: Donibane Lohizune) is een badplaats maar is ook veel meer dan dat. Op 9 juni 1660 werd in de “église Saint-Jean-Baptiste” het huwelijk voltrokken tussen Louis XIV met prinses Maria Theresia van Spanje. Omdat dit plaatsje betrekkelijk dicht bij de Spaanse grens ligt, is het altijd al zeer belangrijk geweest voor de handel. Ook vergaarde het stadje veel rijkdom met de vishandel. In de zeventiende eeuw na Christus kende het plaatsje haar grootste periode van bloei. In deze periode groeide het plaatsje uit tot de op een na grootste stad in de regio. Qua inwoneraantal moest dit havenplaatsje enkel in Bayonne haar meerdere erkennen.


2 mei - Teruel > Olite : 320 km gereden.

De hele nacht is het nog blijven regenen maar niet hard genoeg om mij wakker te houden. Na mijn “brokskes” (verzamelnaam voor alles wat lijkt op muesli, cruesli, corn flakes enz) reed ik richting Zaragoza op de vertrouwde snelweg. Zoals altijd heel weinig verkeer maar perfect asfalt is het ook niet meer, ook hier komen meer en meer putten de pret vergallen. Verder naar Pamplona zijn ze tientallen kilometers nieuwe wegen aan het aanleggen maar ook hier geen problemen. Ook toen ik dinsdag op het piekuur Valencia passeerde : geen halve meter file ! Waarom staat heel België dan toch altijd stil ?

Kort na de middag kwam ik aan in Olite waar op de (camper)parking nog veel vrije plaatsen waren. Ik nam voor de eerste keer mijn RR (rode raket – vouwfiets) uit de koffer en fietste naar Beire, zo’n vijf kilometers verder. Om daar te geraken volgde ik de “Ruta Medieval” waar ik acht caches kon vinden. Terug naar Olite was lastiger, met een stevige wind op kop en met een nog niet aan het zadel aangepaste zitwerk (of andersom) werd het een hele opgave. Vooral de brug over de spoorweg was overdreven ! De fiets verdween terug in de koffer en ik waagde een poging om nog drie caches in het centrum te vinden maar net als twee jaar geleden wou het niet lukken.

Het wow-gevoel dat ik tijdens mijn eerste bezoek aan dit stadje had, bleef nu achterwege.  Toch blijft het allemaal bijzonder mooi om te zien, ook ‘s avonds als de straatlantaarns branden.

Olite (Spaans) of Erriberri (Baskisch) is een gemeente in de Spaanse provincie en regio Navarra. Olite was in de Romeinse tijd een vesting, waarvan de muren later dienden tot bescherming van een dorp. Later zijn rondom het dorp resten van verscheidene Romeinse villa's teruggevonden. Olite werd in 1925 tot nationaal monument verklaard, en is het meest belangrijke voorbeeld van gotische stadsarchitectuur in Spanje. Tijdens een wandeling door de smalle straten zie je stenen herenhuizen met wapenschilden en dakranden van hout, middeleeuwse gaanderijen en prachtige kerken. Het mediterrane klimaat heeft ervoor gezorgd dat Olite ook een belangrijke wijnstad is geworden.

 


1 mei - Teruel en Albarracin : 50 km gereden.

Vroeg gaan slapen betekent bij mij ook automatisch vroeg wakker (ook al was alles en iedereen nog muisstil, de hele nacht trouwens) en om 8u30 begon ik aan mijn wandeling in de heuvels die Teruel omringen. Een heel mooi wandelgebied waar ook enkele caches liggen maar ik heb er maar eentje gevonden.

Tegen de tijd dat de stad wakker werd, zakte ik af richting centrum. Al snel hoorde ik het geluid van trommels en ja hoor : een 1 mei optocht ! Je mag mij uitlachen maar ik krijg daar tranen van in mijn ogen. Allemaal mensen die opkomen voor een eerlijkere wereld, minder onderdrukking, gelijkheid voor mannen en vrouwen enz. Hun ideeën zijn misschien niet realiseerbaar en misschien zelfs lichtjes naïef in deze harde tijden maar ze hebben het hart wel op de juiste plaats.

Teruel viel mij als stad ook reuze mee : veel mooie gebouwen, bruggen en zelfs een lift om de stadsdelen te verbinden. Het is natuurlijk moeilijk om een goed beeld te vormen van een stad tijdens een feestdag. Een tijdje geleden was er in Madrid een grote betoging tegen de ontvolking van de steden in het binnenland. De inwoners van Teruel waren daar goed vertegenwoordigd maar ik zie hier geen leegloop. Overal rijzen nieuwe appartementsgebouwen uit de grond, ze bouwen die toch niet als ze weten dat iedereen vertrekt ? Of wel ?

Terwijl ik terug naar de auto stapte werd het in de verte toch wel heel erg donker … Iets voorbij Bezas ging ik op een lege parking staan om in de buurt enkele caches te zoeken. Helaas, daar hoorden spoiler foto’s bij en de telefoon had helemaal geen bereik. Er lag er nog eentje op 700 meter afstand, daar heb ik normaal geen probleem mee maar de lucht was intussen zwart geworden en de donder kwam heel dichtbij. Dan maar in één keer verder rijden naar Albarracin, weer zo een bestemming die al lang op mijn lijstje stond.

Ik reed naar de stadscamping en bleef vervolgens een half uur achter mijn stuur zitten, zo’n hoosbui loop ik niet door. De temperatuur was intussen flink gedaald, ik installeerde mij en wandelde naar het dorp. Albarracin hoort bij “de mooiste dorpen van Spanje” en dan mag je zeker zijn : er moet geklommen worden ! Dat was hier niet anders en telkens kreeg je ander uitzicht op de oude stad. Een mooie stad maar ik had er toch meer van verwacht. Wellicht hebben de buien die met tussenpozen kwamen aanwaaien daar wel iets mee te maken. Alles ziet er mooier uit als de zon schijnt, is dat geen liedje ?

Ook tijdens de wandeling terug naar de camping bleef het niet droog.

Teruel is de hoofdstad van de gelijknamige Spaanse provincie in de regio Aragón. Het is de dunst bevolkte provinciehoofdstad van Spanje en kent de laatste jaren een echte leegloop. Teruel is van Iberische oorsprong, door de Romeinen verwoest en vanaf de 8e eeuw lange tijd onder bewind van de Moren. Pas in 1502 is de laatste Moorse moskee gesloten. Belangrijke toeristische bezienswaardigheden zijn de talloze gebouwen in mudejarstijl, het mausoleum van de Geliefden van Teruel (het praalgraf van twee middeleeuwse geliefden), het paleontologische centrum Dinópolis en de omringende natuur. Het mooiste uitzicht op de stad en haar omgeving heeft men vanaf de Mirador de Los Mansuetos, aan de camino de Santa Bárbara. In de Spaanse burgeroorlog is de stad hevig verwoest. Teruel heeft hierdoor een moderne aanblik. Gelukkig zijn de mooie Mudéjar-torens overeind gebleven. De torens zijn van veraf al te zien. Die torens staan trouwens op de UNESCO werelderfgoedlijst.

Albarracin is Nationaal Monument sinds 1961 en komt in aanmerking om door de Unesco uitgeroepen te worden tot Werelderfgoed. Elk jaar kiezen de lezers op de website van de Guía Repsol de mooiste dorpen van Spanje en wat denk je : Albarracin heeft die verkiezing al een keer gewonnen ! Het dorp is prachtig gelegen tussen de bergen van de Sierra de Albarracín in het noorden en de Montes Universales in het zuiden.

 

1 mei - gisteren vertrokken : 315 km gereden.

Gisterenmiddag rond 14u vertrokken en exact om 16u stond ik op de parking van het “Monasterio de Simat de Valldigna”. Dit stond al langer op de planning maar telkens was het te vroeg, te laat of te iets anders. Deze keer lukte het dus wel en wat een ontdekking, vooral de grootte van het geheel was indrukwekkend. Ze maken ook duidelijk werk van de restauratie, hopelijk gaan ze niet té ver want een halve ruïne kan bij mij meestal op meer belangstelling rekenen dan het zoveelste perfecte kasteel van de Loire.

Binnen de muren van het oude klooster vond ik ook nog een cache, de cache bij het iets verderop gelegen kerkje werd niet gevonden. Ik twijfelde nog even of ik in Simat zou blijven slapen maar echt aantrekkelijk zag de parking er niet uit. Ik reed dus nog verder naar Teruel waar ik nog een plaats vond op de parking tegenover de kazerne van de Guardia Civil. Alles en iedereen staat hier kriskras door elkaar en waarom deze camperplaats zo populair is bij reizigers weet ik niet. Misschien door het veiligheidsgevoel of de Mercadona supermarkt aan de overkant van de straat ?

Ik heb de omgeving nog een beetje verkend, één cache gelogd en om 21u30 kroop ik in mijn bed.

Het klooster van Simat is in 1297 gesticht door Jaime II, koning van Aragón. Het was onmiddellijk één van de belangrijkste kloosters van de cisterciënzerorde. Door een koninklijk besluit werd de hele vallei aan de monniken toegewezen. Na een opstand in 1835 werden de gebouwen onder dwang verlaten en de goederen en kunstwerken werden verkocht, geplunderd en/of vernietigd. De tand des tijds deed zijn werk en het klooster werd verwaarloosd tot de Valenciaanse overheid besloot om te beginnen aan een restauratie.